Spring naar inhoud

9.5 Toelichting op de afzonderlijke posten van de geconsolideerde balans

9.5.1 Immateriële vaste activa

  2025 2024
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  6.116   6.116 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen  -603   -1.960 
Stand per 1 januari  5.513   4.156 
     
Bij: Waardeveranderingen  2.923   1.357 
Saldo mutaties  2.923   1.357 
     
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  6.116   6.116 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen  2.320   -603 
Stand per 31 december  8.436   5.513 

De Woningstichting heeft per 31 December 2025 een vordering van € 11,6 miljoen op Phanos Alphen B.V. Dit bestaat voor € 5,3 miljoen uit de vordering voortkomend uit de schikking welke in 2011 heeft plaatsgevonden (initiële vordering bedraagt € 6,1 miljoen) en € 6,3 miljoen aan opgelopen renten vanaf 1 november 2009. Jaarlijks wordt de vordering opgehoogd met 5% rente. In 2012 is Phanos Alphen B.V. failliet gegaan en heeft Phanos de vordering niet afgelost. Uit de boedel van Phanos kon ook geen aflossing plaatsvinden. Als zekerheid op het schikkingsbedrag heeft de Woningstichting recht op hypotheek op de gronden welke Phanos heeft gekocht, waarvan de levering nog niet heeft plaatsgevonden, met de lening verstrekt door de Woningstichting. Per 31 December 2025 hebben de onderliggende gronden en daarmee het hypotheekrecht een waarde van € 8,4 miljoen. Naast het hypotheekrecht beschikt de Woningstichting ook over de kooprechten voortkomend uit de koopovereenkomst tussen Phanos en de verkopende partij. Hiermee kan de Woningstichting het juridische eigendom verkrijgen.

9.5.2 DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie

      2025 2024
  DAEB niet-DAEB Totaal Totaal
Stand per 1 januari        
Aanschafprijs  3.756.159   1.029.539   4.785.698   4.560.651 
Cumulatieve herwaarderingen  8.308.532   1.686.642   9.995.174   8.516.758 
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen  -61.708   -42.382   -104.090   -110.848 
         
Marktwaarde  12.002.983   2.673.799   14.676.782   12.966.561 
         
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen  1.045   220   1.265   11.637 
Marktwaarde onder aftrek van voorziening  12.004.028   2.674.019   14.678.047   12.978.198 
         
Mutaties in het boekjaar:        
Investeringen in vastgoed in exploitatie (uitgaven na eerste waardering)  117.996   11.551   129.547   153.095 
Overboeking kostprijs van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  140.908   41.209   182.117   73.613 
Overboeking genomen waardeverminderingen van vastgoed in ontwikkeling  -17.240   -2.663   -19.903   -19.754 
Overboeking van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  231   -   231   - 
Overboeking naar vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie  -11.658   -6.410   -18.068   -18.048 
Overboeking naar / vanuit voorraad bestemd voor verkoop  -22.434   -5.092   -27.526   -15.168 
Overige waardeveranderingen  -66.598   -4.968   -71.566   -62.082 
Waardeveranderingen (winsten of verliezen als gevolg van aanpassingen van de marktwaarde)  323.045   86.114   409.159   1.598.565 
Saldo mutaties  464.250   119.741   583.991   1.710.221 
         
Stand per 31 december        
Aanschafprijs  4.004.563   1.071.035   5.075.598   4.785.698 
Cumulatieve herwaarderingen  8.553.395   1.767.383   10.320.778   9.995.174 
Cumulatieve bijzondere waardeverminderingen  -90.725   -44.878   -135.603   -104.090 
         
Marktwaarde  12.467.233   2.793.540   15.260.773   14.676.782 
         
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen  18.586   696   19.282   1.265 
Marktwaarde onder aftrek van voorziening  12.485.819   2.794.236   15.280.055   14.678.047 

Voor het verloop van de voorziening wordt verwezen naar de toelichting van 9.5.21 Voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen.

In de post overige waardeveranderingen in bovenstaand verloopoverzicht zit € 19,3 miljoen aan genomen verlies die niet tot uiting komt in het Vastgoed in exploitatie, maar in Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructurering. Om aansluiting te behouden met de winst- en verliesrekening, wordt dit via de post ‘opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen’ uit het vastgoed in exploitatie gehaald.

Actuele waarde

De actuele waarde van het DAEB- en niet-DAEB-vastgoed in exploitatie is gebaseerd op de marktwaarde zoals opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015 (‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’). Hierbij heeft de toegelaten instelling de full versie gehanteerd. In het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’ is opgenomen dat de full versie de mogelijkheid biedt om op complexniveau, met ondersteuning van een externe taxateur tot een aannemelijke marktwaarde te komen.

Waarderingscomplex

Het waarderingscomplex is bepaald aan de hand van vergelijkbare verhuureenheden voor wat betreft type vastgoed, bouwkundige en architectonische eenheid, bouwperiode en locatie. Daarnaast dient het complex als één geheel aan een derde partij in verhuurde staat te kunnen worden verkocht. Alle verhuureenheden van de Woningstichting maken deel uit van een waarderingscomplex of zijn een afzonderlijk waarderingscomplex.

Taxatieronde en taxateur

De externe taxateurs MVGM en Cushman & Wakefield zijn ingeschakeld bij de waardering van het vastgoed in exploitatie. Jaarlijks wordt minimaal een derde (steeds wisselend) deel van de woningen getaxeerd op basis van een volledige taxatie. Voor het overige, maximaal twee derde deel is een interne waardering uitgevoerd door de Woningstichting, of is een markttechnische update uitgevoerd door de taxateurs, waarbij een doorvertaling gemaakt wordt van het deel dat getaxeerd wordt op basis van een volledige taxatie.

In 2025 is 37,6% van de woningcomplexen getaxeerd door de externe taxateurs. Het overige deel heeft door middel van een interne waardering plaatsgevonden. Het bedrijfsmatig onroerend goed en de parkeercomplexen worden getaxeerd door een externe taxateur op basis van een volledige taxatie of een markttechnische update. Het waarderingsproces is beschreven in het waarderingsprotocol.

Het gehanteerde rekenmodel betreft Reaturn TM versie 5.8.11 van Reasult BV en is voorzien van een goedkeurend Assurancerapport.

Veronderstellingen naar categorie
De methoden, relevante veronderstellingen en disconteringsvoet die gehanteerd zijn voor woongelegenheden, bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed, parkeergelegenheden en intramuraal vastgoed zijn bepaald in het ‘Handboek modelmatig waarderen marktwaarde’. De categorie intramuraal vastgoed is geen onderdeel van het vastgoed van de Woningstichting. Bij alle categorieën wordt de discounted cash flow (DCF) methode gehanteerd. De volgende disconteringsvoeten zijn gemiddeld gehanteerd voor iedere categorie:
Woongelegenheden 6,7% (2024: 7,0%)
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed 7,5% (2024: 7,5%)
Parkeergelegenheden 6,4% (2024: 6,5%)
Scenario’s

Voor woon- en parkeergelegenheden vindt de bepaling van de toekomstige inkomende en uitgaande kasstromen plaats aan de hand van enerzijds het doorexploiteerscenario en anderzijds het uitpondscenario. De marktwaarde in verhuurde staat van een complex is de hoogste waardering van de beide scenario’s voor dat complex.
Het doorexploiteerscenario veronderstelt dat verhuureenheden worden doorverhuurd, waarbij elk jaar bij een deel van de verhuureenheden de huurder verhuist. Bij de leegkomende verhuureenheden wordt verondersteld dat die eenheid opnieuw wordt verhuurd, waarbij de huur na mutatie wordt aangepast naar de potentiële huur op basis van de markthuur of de maximale huur op basis van het woningwaardering stelsel.

Het uitpondscenario veronderstelt dat verhuureenheden bij mutatie leeg worden verkocht. In tegenstelling tot het doorexploiteerscenario wordt de huur voor deze verhuureenheden niet aangepast, maar wordt daarvoor in de plaats de verwachte verkoopkasstroom opgenomen.

Om de te verwachten kasstromen in de DCF-berekening te bepalen, wordt gebruik gemaakt van de verplichte parameters conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 (versie 31 oktober 2025) inclusief de macro-economische parameters en de vrijheidsgraden waaronder de belangrijkste hiervoor beschreven zijn. De volgende macro-economische parameters zijn voor 2025 voorgeschreven:

  2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031e.v.
  Verslagjaar Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5 Jaar 6 e.v.
Prijsinflatie 3,2% 2,6% 2,2% 2,2% 2,2% 2,0% 2,0%
Loonstijging 4,9% 4,2% 3,3% 3,3% 3,3% 2,5% 2,5%
Bouwkostenstijging 4,9% 4,2% 3,3% 3,3% 3,3% 2,5% 2,5%

Vrijheidsgraden

De full versie maakt gebruik van enerzijds de verplichte parameters conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 en anderzijds de vrijheidsgraden. Het gebruik van vrijheidsgraden betekent dat kan worden afgeweken van de parameters zoals opgenomen in de basisversie van het Handboek. Het gebruik van de vrijheidsgraden heeft plaatsgevonden in overleg met de taxateur. De belangrijkste vrijheidsgraden waar de Woningstichting afwijkt van de basisversie zijn hieronder beschreven. De toelichting per vrijheidsgraad is van toepassing op alle vastgoedcategorieën (woongelegenheden, bedrijfsmatig- en maatschappelijk onroerend goed en zorg onroerend goed en parkeergelegenheden) tenzij anders aangegeven.

Markthuur(ontwikkeling)

De markthuur van een woning wordt vastgesteld met de markthuurtabel die wordt vastgesteld in het Kennisplatform Marktwaarde Noordelijke Randstad (hierna Kennisplatform). De tabel bepaalt op basis van de leegwaarde-klasse (per m²) en de grootte-klasse (m²) de markthuur als een percentage van de leegwaarde.

De percentages en de index voor de markthuur worden afgestemd in het Kennisplatform. De tabel wordt opgebouwd op basis van individuele referentietransacties van vergelijkbare woningen waarvoor o.a. de NVM-transactiedatabase, het aanbod van Pararius, Direct Wonen en grote makelaarskantoren en de eigen verhuringen van corporaties in de vrije sector de bron vormen. De index wordt eveneens vastgesteld in het Kennisplatform. Concreet wordt de langjarige inflatieverwachting conform CPB gevolgd. De markthuur voor bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed wordt uiteindelijk door de taxateur vastgesteld, omdat dergelijke ruimten niet middels een interne waardering gewaardeerd worden. Voor de indexering wordt de index uit de generieke parameters uit het Kennisplatform gevolgd.

Leegwaarde(ontwikkeling)

De leegwaarden zijn op individuele basis vastgesteld met behulp van de leegwaarde-applicatie van AmWoCo en door taxateurs getoetst aan referentietransacties. De ontwikkeling van de leegwaarde is gelijk aan de indexering van de leegwaarden in de generieke parameters (per buurt/wijk) van het Kennisplatform. Bovenstaande is niet van toepassing op bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed. Daarnaast is voor parkeergelegenheden geen gebruik gemaakt van de leegwaarde-applicatie.

De leegwaarde ontwikkeling in het betreffende verslagjaar wordt conform Handboek per COROP-regio of G4-stad ingesteld, de toekomstige verwachte leegwaardeontwikkeling wordt per gebied (wijk/buurt) aangepast conform de Best Practices. Op hoofdlijnen is deze:

Leegwaardeontwikkeling % 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
  Verslagjaar-1 Verslagjaar Jaar 1 Jaar 2 Jaar 3 Jaar 4 Jaar 5
COROP Groot-Amsterdam 7,2% 6,3% 4,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
COROP Zaanstreek 10,5% 4,0% 4,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
G4 Amsterdam 7,9% 3,2% 4,0% 2,0% 2,0% 2,0% 2,0%
  Handboek Modelmatig
Waarderen
Uit generieke parameters marktwaardeoverleg Noordelijke randstad

De aanwezigheid van een (lange) wachtlijst, verhuringen in het recente verleden, het buurtprofiel en de fysieke kenmerken van de parkeergelegenheden (losse boxen, boxen onder flat, etc.) dragen bij aan hun oordeelsvorming over de leegwaarden van parkeergelegenheden. De gehanteerde leegwaarden voor parkeergelegenheden zijn door de taxateurs vastgesteld.

De leegwaarde van onzelfstandige eenheden is door de taxateurs vastgesteld en voor de interne waarderingen is deze bepaald aan de hand van de geïndexeerde leegwaarden uit de vorige taxatieronde die door de taxateur zijn vastgesteld.

Disconteringsvoet

De disconteringsvoet is per complex vastgesteld en is opgebouwd uit de volgende vier elementen:

  1. De risicovrije rentevoet (conform generieke parameters uit het Kennisplatform);
  2. Vaste opslagen ter compensatie van het onroerend-goedrisico (conform generieke parameters uit het Kennisplatform);
  3. Dynamische opslagen voor de specifieke aan het complex verbonden exploitatierisico’s (conform generieke parameters uit het Kennisplatform);
  4. Handmatige opslagen ter compensatie van specifieke risico’s(conform generieke parameters uit het Kennisplatform).

De vaste opslagen zijn onafhankelijk van het gehanteerde waarderingsscenario en betreffen:

  • Locatie: risico naar woningmarktregio in combinatie met de kwaliteit van de buurt/wijk (incl. nabijheid voorzieningen);
  • Type onroerend goed: risico van het vastgoedtype in combinatie met de bouwjaarklasse;
  • Duurzaamheid: risico naar duurzaamheidsklasse in combinatie met wel of niet gasloos;
  • Omvang van complex: risico naar de complexgrootte in combinatie met de locatie landelijk of Randstad.

De vaste opslagen zijn onafhankelijk van het gehanteerde waarderingsscenario en betreffen:

  • Opslag exploitatie: exploitatierisico uitgedrukt in een ratio contracthuur/mutatiehuur t.o.v. de gemiddelde mutatiegraad;
  • Opslag uitponden: uitpondrisico uitgedrukt in een ratio huur/leegwaarde t.o.v. de gemiddelde mutatiegraad.

Handmatige opslagen worden gebruikt in geval van specifieke risico’s:

  • Verkoopbeperking: risico naar de complexgrootte en of de beperking wel of niet van toepassing is;
  • Specifieke beperkingen: resterende risico’s die niet al verwerkt zijn in de voorgaande opslagen of in de kasstroom zelf.

De opbouw van de disconteringsvoet wijkt voor punt 3. en 4. af voor parkeergelegenheden en bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed. De exploitatierisico’s (3.) worden voor deze vastgoedcategorieën bepaald op basis van een objectopslag en een marktcorrectie. Daarnaast wordt voor parkeergelegenheden een risico-opslag gehanteerd voor het uitpondscenario en voor het doorexploiteerscenario.

De vastgestelde disconteringsvoet wordt getoetst aan de in de markt toegepaste disconteringsvoeten. Wanneer referentietransacties daartoe aanleiding geven, zal een extra op- of afslag worden toegepast (marktcorrectie).

De relatief stabiele doch licht gestegen rente, gecombineerd met historisch hoge loonstijgingen en een continue demografische druk hebben betekend dat de prijzen op de koopwoningmarkt verder zijn gestegen. Door veel verkopen van voormalige huurwoningen, vanwege de regulering van de middenhuur en dus de verhoging van de liberalisatiegrens, is het aanbod van huurwoningen flink afgenomen. In combinatie met de aanhoudende vraag naar huurwoningen heeft dit als gevolg dat de huurprijzen flink zijn gestegen. Ook is hierdoor de activiteit op de beleggingsmarkt weer iets toegenomen, ondanks dat er veel transacties zijn uitgesteld in verband met de aangekondigde verlaging van de overdrachtsbelasting per 1-1-2026. De rendementen zijn licht gedaald en dat leidt tot een iets lagere disconteringsvoet. We zien een zeer lichte daling van de gemiddelde disconteringsvoet zowel in het uitpondscenario als in het exploitatiescenario. Het aandeel uitpondscenario’s als leidend scenario is dit jaar iets afgenomen vanwege de gestegen mutatiehuur en in sommige regio's een zeer lichte daling van de leegwaarde. De gemiddelde leegwaarderatio is licht gestegen ten opzichte van vorig jaar, vanwege het feit dat de marktwaarde iets harder is gestegen dan de leegwaarde.

Planmatig onderhoud

Het planmatig onderhoud voor woon- en parkeergelegenheden is ingerekend conform de VEX-normen conform de Vastgoed Taxatiewijzer van Koëter. De ingerekende kosten van planmatig onderhoud van bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed sluiten aan bij het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025.

Achterstallig onderhoud

Achterstallig onderhoud is voor alle eenheden ingerekend die zijn opgenomen in de meerjarenbegroting. Op basis van grootteklasse zijn normbedragen opgenomen voor toekomstig geplande ingrijpend te renoveren eenheden alsmede eenheden die gepland staan te slopen. In de bedragen zijn de kosten voor asbestsanering, brandveilig maken, vernieuwing van gasleidingen en elektrabedrading opgenomen, en funderingsherstel indien van toepassing.

Voor complexen die in renovatie zijn, zijn de per balansdatum nog te maken investeringsuitgaven opgenomen in plaats van de genormeerde bedragen.

Mutatie- en verkoopkans

De historische mutatiegraad is gehanteerd als uitgangspunt voor de mutatie-en verkoopkans in de gehele beschouwingsperiode (jaar 1 t/m 15). Hierbij is in lijn met het Kennisplatform Marktwaarde Noordelijke Randstad een onder- en bovengrens gehanteerd, namelijk van 4% respectievelijk 12%. Daarnaast is voor complexen in bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld een complex met een klein aantal verhuureenheden of een pas opgeleverde nieuwbouwcomplex) de gemiddelde mutatiegraad van 4,79% gebruikt voor gereguleerde sociale huurwoningen en 5,04% voor middenhuur- en vrije sector woningen. Voor parkeren is in overleg met de taxateur een standaard percentage gehanteerd van 6%. De mutatie- en verkoopkans is niet van toepassing op bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed.

Erfpacht

De benadering van erfpacht in de basisversie sluit onvoldoende aan bij de feitelijke situatie van onze portefeuille. Met behulp van het taxatiemanagementsysteem (Reaturn TM) wordt het effect van de Amsterdamse erfpachtvoorwaarden op de waarde zo goed mogelijk benaderd. De praktische invulling is vastgelegd in het erfpachtprotocol van het Kennisplatform Marktwaarde Noordelijke Randstad.

Exit yield

Deze vrijheidsgraad wordt traditioneel vooral bij bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed gebruikt. In overleg met de taxateur zijn marktconforme exit yields toegepast. Voor woon- en parkeergelegenheden geldt in principe de eindwaardeberekening conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde gebruikt en is de exit yield een resultante. Waar nodig, is een meer marktconforme exit yield toegepast.

Overige veronderstellingen

Alle overige veronderstellingen zijn conform het Handboek modelmatig waarderen marktwaarde 2025 (versie 31 oktober 2025).

Relevante veronderstellingen per categorie
Woongelegenheden

De woongelegenheden worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde verminderd met de 'kosten koper', waaronder overdrachtsbelasting en notariskosten. Belangrijke uitgangspunten en veronderstellingen die gebruikt zijn bij de bepaling van de taxatiewaarden van het vastgoed in exploitatie:

Uitgangspunten woningen (bedragen x €1) 2025 2024
Taxatiewaarde per woning  256.700   248.600 
Leegwaarde per woning  471.300   460.500 
M2 gbo per woning  75   75 
Leegwaarde per m2 gbo  6.300   6.100 
Contracthuur per maand  705   668 
Maximale gereguleerde huur per maand  1.169   1.110 
Markthuur per maand  1.531   1.461 
Mutatiegraad 5,7% 5,8%
Disconteringsvoet 6,7% 7,0%
De leegwaarde is de waarde die bepaald kan worden onder de veronderstelling dat de huurwoning na beëindiging van de huurovereenkomst op de vrije markt wordt verkocht tegen de marktprijs. De contracthuur betreft de huurprijs van een vastgoedobject zoals contractueel overeengekomen tussen eigenaar en gebruiker. De markthuur is de huurprijs van huurwoningen uit de vrije sector. Oftewel, woningen waarbij de huurprijs bepaald wordt door de lokale markt, en niet begrensd wordt door de voorwaarden en huurprijslimieten van de gereguleerde huursector.
Bedrijfsmatig en maatschappelijk onroerend goed

Het bedrijfsmatig vastgoed wordt gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde verminderd met de 'kosten koper', waaronder overdrachtsbelasting en notariskosten. Belangrijke uitgangspunten en veronderstellingen die gebruikt zijn bij de bepaling van de taxatiewaarden van het vastgoed in exploitatie:

Uitgangspunten BOG (bedragen x €1) 2025 2024
Totaal verhuurbaar vloeroppervlak (m2 vvo)  181.000   188.000 
Theoretische huur (m2 vvo per jaar)  155   145 
Markthuur (m2 VVO per jaar)  159   155 
Bruto aanvangsrendement 8,7% 8,4%
Exit yield 8,0% 8,1%
Leegstand (% markthuur) 8,2% 6,3%
Disconteringsvoet 7,4% 7,5%

De theoretische huur is een samenstelling van de huur van de vorige periode (geïndexeerd), huurderving tegen markthuur en verhuur tegen nieuwe contracthuur. Ofwel: voor verhuurde eenheden is de theoretische huur de huidige contracthuur en voor leegstaande eenheden de markthuur.

De markthuur is het geschatte bedrag waartegen een bepaalde ruimte op een bepaald moment is te verhuren door ter zake goed geïnformeerde en tot een transactie bereid zijnde partijen. Deze dienen onafhankelijk te zijn en partijen dienen voorzichtig en zonder dwang op te treden. Het bruto aanvangsrendement (BAR) geeft de verhouding weer tussen de bruto markthuur in het eerste jaar en de totale investering vrij op naam. De exit yield betreft het marktrendement bij desinvestering na afloop van de beschouwde periode, als het ware de BAR van de nieuwe koper/eigenaar. Het leegstandspercentage wordt berekend door de geschatte markthuur van de leegstaande ruimten te delen door de geschatte markthuur van de totale vastgoedportefeuille. De gepresenteerde percentages betreffen gewogen gemiddelden.

Parkeergelegenheden
De parkeergelegenheden worden gewaardeerd tegen reële waarde. De reële waarde is gebaseerd op de marktwaarde verminderd met de 'kosten koper', waaronder overdrachtsbelasting en notariskosten. Belangrijke uitgangspunten en veronderstellingen die gebruikt zijn bij de bepaling van de taxatiewaarden van het vastgoed in exploitatie:
Uitgangspunten parkeren (bedragen x €1) 2025 2024
Taxatiewaarde per parkeergelegenheid  27.100   26.000 
Leegwaarde per parkeergelegenheid  35.600   33.900 
M2 gbo per parkeergelegenheid  15   15 
Contracthuur per maand  95   90 
Markthuur per maand  147   139 
Mutatiegraad 6,0% 6,0%
Disconteringsvoet 6,4% 6,5%
Waardeveranderingen

De totale niet-gerealiseerde waardeverandering van de vastgoedportefeuille in exploitatie bedraagt € 409 miljoen (2024: € 1.597 miljoen).

Factoren die de waardemutatie van de woningen hebben beïnvloed, zijn:

  • 5,54% stijging van de contracthuren van € 668 naar gemiddeld € 705 per maand per woning;
  • 4,79% stijging van de markthuren van € 1.461 naar gemiddeld € 1.531 per maand per woning;
  • 5,32% stijging van de maximale gereguleerde huur per maand van € 1.110 naar gemiddeld € 1.169 per woning;
  • 2,35% stijging van de leegwaarden van € 460.500 naar gemiddeld € 471.300 per woning;
  • 0,33 procentpunt verlaging van de disconteringsvoet van 6,98% naar 6,65%.

Factoren die de waardemutatie van het bedrijfsmatig onroerend goed hebben beïnvloed, zijn:

  • 3,72% daling van het verhuurbaar vloeroppervlak van 188.000 naar 181.000
  • 6,90% stijging van de theoretische huur van € 145 naar € 155 gemiddeld per m² vvo;
  • 2,58% stijging van de markthuren van € 155 naar € 159 gemiddeld per m² vvo;
  • 1,84 procentpunt stijging van de leegstand van 6,32% naar 8,16%;
  • 0,08 procentpunt daling van de disconteringsvoet van 7,53% naar 7,45%.

Factoren die de waardemutatie van de parkeergelegenheden hebben beïnvloed, zijn:

  • 4,95% stijging van de contracthuren van € 90 naar gemiddeld € 95 per maand per parkeerplaats;
  • 5,97% stijging van de markthuren van € 139 naar gemiddeld € 147 per maand per parkeerplaats;
  • 5,01% stijging van de leegwaarden van € 33.900 naar € 35.600 gemiddeld per parkeerplaats;
  • 0,1 procentpunt daling van de disconteringsvoet van 6,46% naar 6,36%.
Contractuele verplichtingen

Voor contractuele verplichtingen met betrekking tot aankoop, bouw of ontwikkeling van onroerende zaken bestemd voor exploitatie wordt verwezen naar punt 9.7 ‘Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen’.

Woningen bestemd voor de verkoop

Het aantal woningen behorend tot het DAEB en niet-DAEB vastgoed in exploitatie, welke zijn geclassificeerd voor de verkoop bedraagt 1.268 (2024: 1.325). Het aantal woningen dat naar verwachting komend jaar verkocht zal worden bedraagt 86 (2024: 72). Gesplitst in 63 DAEB en 23 niet-DAEB. De verwachte opbrengstwaarde van de 1.268 woningen bedraagt € 485,5 miljoen (2024: € 493,7 miljoen). De boekwaarde van deze woningen bedraagt € 258,8 miljoen (2024: € 264,4 miljoen). De verwachte opbrengstwaarde van de 86 woningen bedraagt € 37,3 miljoen. De boekwaarde van deze woningen bedraagt € 20,7 miljoen.

Hypothecaire zekerheden

De financiering van het vastgoed in exploitatie is (nagenoeg) geheel gefinancierd met leningen onder borging van het Waarborgfonds Sociale Woningbouw. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw heeft hierbij het recht van eerste hypotheek. De Woningstichting heeft hiervoor een volmacht aan het Waarborgfonds Sociale Woningbouw verstrekt. Het Waarborgfonds Sociale Woningbouw kan indien het dit noodzakelijk acht, hypotheek op het onderpand vestigen. De ultimo boekjaar bestaande obligoverplichting is onder punt 9.7 ‘Niet in de balans opgenomen activa en verplichtingen’ opgenomen.

Uitzondering hierop vormen leningen van in totaal € 134,0 miljoen (2024: € 135,7 miljoen), die niet door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw zijn geborgd. Hiervan is € 9,75 miljoen (2024: € 10,7 miljoen) gegarandeerd door de gemeente Aalsmeer en er zijn 2 leningen in de vorm van een hypotheek ad € 124,25 miljoen (2024: € 125,0 miljoen).

Beleidswaarde

De Woningstichting heeft de volgende uitgangspunten gehanteerd in de beleidswaarde:
De voornaamste uitgangspunten (gemiddeld per woning teruggerekend) van de beleidswaarde zijn als volgt: 2025 2024
Streefhuur per maand in EUR  783   748 
Gemiddelde ingerekende onderhoudslasten  3.796   3.753 
Beheerlasten  1.295   1.200 
Marktdisconteringsvoet n.v.t. n.v.t.
Sociale disconteringsvoet DAEB 4,2% 4,2%
Sociale disconteringsvoet niet-DAEB 4,8% 4,7%
Voor zover de gehanteerde uitgangspunten afwijken van die voor de bepaling van de marktwaarde in verhuurde staat, zijn deze afgeleid van de meerjarenbegroting (ontwikkeling streefhuur, onderhoudslasten en de lasten van verhuur & beheer) en geënt op de voorschriften opgenomen in bijlage 2 van de Regeling toegelaten instellingen volkshuisvesting 2015.
De onderhoudsnorm is gebaseerd op de onderhoudsbegroting voor de komende 15 jaar. De gemiddelde onderhoudsnorm uit deze periode is vervolgens gehanteerd voor de daaropvolgende 45 jaar in de berekening van de beleidswaarde.
Beleidswaarde

Omdat de doelstelling van de Woningstichting is te voorzien in passende huisvesting voor hen die daar niet zelf in kunnen voorzien, zal van het vastgoed in exploitatie slechts een beperkt deel vervreemd worden. Dit betekent dat slechts een deel van de in de jaarrekening verantwoorde marktwaarde in de toekomst zal worden gerealiseerd. Derhalve wordt hieronder de beleidswaarde van het vastgoed in exploitatie toegelicht. Deze beleidswaarde sluit aan op het beleid van de Woningstichting en beoogt inzicht te geven in de verdiencapaciteit van haar vastgoed uitgaande van dit beleid.
De beleidswaarde van BOG/MOG/ZOG/Parkeren en flexwoningen is gelijk aan de marktwaarde en hierbij wordt dus verondersteld dat de marktuitgangspunten overeenkomen met de eigen beleidsuitgangspunten.

Beleidswaarde (bedragen x € 1.000) 2025 2024
DAEB  4.345.173   3.842.002 
niet-DAEB  1.720.845   1.631.887 
niet-DAEB verbindingen  61.652   59.600 
TOTAAL  6.127.670   5.533.489 
Sensitiviteitsanalyse
In onderstaande tabellen wordt aangegeven welk effect een positieve of negatieve aanpassing van deze uitgangspunten heeft op de beleidswaarde:
Effect op de beleidswaarde: Mutatie t.o.v. uitgangspunt Effect op de beleidswaarde   %
Streefhuur per maand € 25 hoger € 403 miljoen hoger   6,6%
Lasten onderhoud en beheer per jaar € 100 hoger € 222 miljoen lager   -3,6%

9.5.3 Onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

    2025 2024
Stand per 1 januari      
Cumulatieve verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs    15.573   21.291 
Cumulatieve herwaarderingen    7.319   12.216 
Boekwaarde    22.892   33.507 
       
Mutaties in het boekjaar:      
Herclassificatie naar niet-DAEB-vastgoed in exploitatie    -231   - 
Herclassificatie naar voorraad bestemd voor verkoop    -811   -729 
Afgekocht maatschappelijk gebonden eigendom    -1.035   -972 
Vermindering als gevolg van verjaring    -1.942   -10.345 
Herwaardering    440   1.431 
     -3.579   -10.615 
Stand per 31 december      
Cumulatieve verkrijgingsprijs- of vervaardigingsprijs    13.201   15.573 
Cumulatieve herwaarderingen    6.112   7.319 
       
Boekwaarde    19.313   22.892 
Het aantal woningen opgenomen onder onroerende zaken verkocht onder voorwaarden bedraagt per ultimo boekjaar 69 (2024: 84). De waardeverandering betreft de waardeverandering in de leegwaarde van de onroerende zaken verkocht onder voorwaarden.

9.5.4 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie

    2025 2024
Stand per 1 januari      
Aanschafprijs    253.498   137.903 
Cumulatieve waardeverminderingen    -84.042   -51.973 
Boekwaarde    169.456   85.930 
       
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen    18.232   10.811 
Boekwaarde exclusief aftrek van voorziening    187.688   96.741 
       
Mutaties in het boekjaar:      
Investeringen    168.610   172.673 
Overboeking kostprijs naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie    -41.209   -5.435 
Overboeking waardeverminderingen naar niet-DAEB vastgoed in exploitatie    2.663   2.519 
Overboeking kostprijs naar DAEB vastgoed in exploitatie    -140.908   -68.178 
Overboeking waardeverminderingen naar DAEB vastgoed in exploitatie    17.240   17.235 
Overboeking naar overige voorraden    -   -742 
Overboeking vanuit vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop    50   - 
Overboeking overige    -   -771 
Overboeking vanuit DAEB vastgoed in exploitatie    11.658   17.470 
Overboeking vanuit niet-DAEB vastgoed in exploitatie    6.410   578 
Waardeveranderingen    -25.241   -51.823 
     -727   83.526 
Stand per 31 december      
Aanschafprijs    258.108   253.498 
Cumulatieve waardeverminderingen    -89.379   -84.042 
Boekwaarde    168.729   169.456 
       
Opgenomen in voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen    7.547   18.232 
       
Boekwaarde exclusief aftrek van voorziening    176.276   187.688 

In het boekjaar werd ter zake van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor eigen exploitatie een bedrag ad € 5,2 miljoen aan bouwrente geactiveerd (2024: € 4,9 miljoen). Bij niet specifiek gefinancierde nieuwbouwprojecten werd een gewogen rentevoet gehanteerd van 3,75% (2024: 3,75%) voor de DAEB-activiteiten en 4,5% (2024: 4,5%) voor de niet-DAEB activiteiten.

Voor het verloop van de voorziening wordt verwezen naar de toelichting van 9.5.21 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen.

9.5.5 Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie

  Bedrijfsgebouwen Overige roerende zaken 2025 2024
Stand per 1 januari        
Verkrijgingsprijs  33.267   40.950   74.217   72.402 
Cumulatieve afschrijvingen (inclusief bijzondere waardeverminderingen)  -17.794   -37.618   -55.412   -53.085 
Boekwaarde  15.473   3.332   18.805   19.317 
         
Mutaties in het boekjaar:        
Investeringen  1.269   1.313   2.582   1.816 
Afschrijvingen  -703   -1.583   -2.286   -2.328 
         
Totaal mutaties boekjaar  566   -270   296   -512 
         
Stand per 31 december        
Verkrijgingprijs  34.536   42.263   76.799   74.217 
Cumulatieve afschrijvingen (inclusief bijzondere waardeverminderingen)  -18.498   -39.201   -57.699   -55.412 
         
Boekwaarde  16.038   3.062   19.100   18.805 

Onder onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie zijn activa opgenomen voor een boekwaarde van € 14,7 miljoen per 31 december (2024: € 14,8 miljoen) waarvan de beschikbaarheid berust op een beperkt genotsrecht namelijk erfpachtrecht. Dit erfpachtrecht is afgekocht voor een periode van 50 jaar en loopt tot en met 31 december 2056. Het gaat hier om de Arlandaweg 88 welke als hoofdkantoor van Woningstichting Eigen Haard gebruikt wordt.

9.5.6 Andere deelnemingen

  2025 2024
Ontwikkelingscombinatie De Bongerd B.V.  366   356 
ODB CV  4.603   5.862 
Woningnet N.V.  694   694 
Stadsherstel Amsterdam N.V.  41.471   41.471 
Breekoever V.O.F.  123   123 
OGS Saendelft Beheer B.V.  28   28 
Ontwikkelingsgroep Saendelft C.V.  2   2 
GEM Saendelft C.V.  33   26 
V.O.F. Royaal Zuid  98   99 
     
   47.418   48.661 
  2025 2024
Stand per 1 januari    
Verkrijgingsprijs  43.447   42.768 
Cumulatieve resultaten deelnemingen  5.214   5.958 
Boekwaarde  48.661   48.726 
     
Mutaties in het boekjaar:    
Aandeel in resultaat waarin wordt deelgenomen  148   230 
Ontvangen dividend  -1.391   -974 
Verkopen deelnemingen  -   -21 
Uitbreiden belang  -   699 
Totaal mutaties  -1.243   -66 
     
Stand per 31 december    
Verkrijgingprijs  43.447   43.447 
Cumulatieve resultaten deelnemingen  3.971   5.214 
     
Boekwaarde  47.418   48.661 
Andere deelneming Stadsherstel Amsterdam N.V.

Na de juridische afsplitsing van activa en passiva van Stadsherstel Amsterdam N.V. (oud) naar Stadsherstel Amsterdam N.V. (nieuw) in 2013, heeft Stadsherstel Amsterdam N.V. (nieuw) 200 preferente aandelen van elk € 450 nominaal uitgegeven aan Stichting Stadsherstel Amsterdam (Stadsherstel Amsterdam N.V. oud). Door de fusie van de Woningstichting met Stichting Stadsherstel zijn deze aandelen overgegaan.

De Woningstichting kan onder beperkte voorwaarden, onder meer ingeval van financiële nood van de stichting, terugbetaling eisen van Stadsherstel Amsterdam N.V. van het gezamenlijke bedrag van de nominale waarde van de door de Woningstichting gehouden preferente aandelen en het bedrag van de agioreserve van de preferente aandelen, vermeerderd met de inflatiecorrectie als bedoeld in art. 30.6 van de statuten van Stadsherstel Amsterdam N.V..

De Woningstichting kan Stadsherstel Amsterdam N.V. verzoeken preferente aandelen in te kopen. De voorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in de overeenkomst verband houdende met de afsplitsing, gedateerd 1 mei 2013.

9.5.7 Latente belastingvorderingen

  2025 2024
Stand per 1 januari  20.184   6.655 
     
Terugneming kortlopend deel  800   357 
Dotatie ten gunste van het resultaat  -   15.119 
Vrijval ten laste van het resultaat  -5.271   -1.147 
Kortlopend deel van de latente belastingvorderingen gepresenteerd onder de vlottende activa  -557   -800 
     
Stand per 31 december  15.156   20.184 

De post 'Latente belastingvorderingen' betreft de tot waardering gebrachte verrekenbare tijdelijke verschillen.

De belastingvordering is gewaardeerd op contante waarde die is gebaseerd op een disconteringsvoet na belasting (die de rente van de leningenportefeuille vertegenwoordigt) van 1,77% (2024: 1,80%).

Naar verwachting is van deze vorderingen een bedrag ad € 0,6 miljoen binnen een jaar verrekenbaar. Deze post is verantwoord onder de vlottende activa.

De tot waardering gebrachte nominale latente belastingvordering met betrekking tot tijdelijke verschillen bedraagt nominaal € 24,0 miljoen (2024: € 28,4 miljoen). De contante waarde bedraagt € 15,7 miljoen (2024: € 21,0 miljoen). Van deze vordering is naar verwachting € 0,6 miljoen (2024: € 0,8 miljoen) compensabel binnen een jaar.

Nadere toelichting per onderdeel van de belastinglatentie inzake tijdelijke verschillen:
  1. De toegelaten instelling voert in duurzaamheid haar beleid als toegelaten instelling uit, gericht op het beheren en verhuren van woningen en daarmee het in stand houden van (de omvang van) haar vastgoedportefeuille. De toegelaten instelling heeft aan het einde van de levensduur de intentie tot sloop, gevolgd door (vervangende) nieuwbouw. Op basis van de huidige fiscale bepalingen zal daarbij sprake zijn van het doorschuiven van de aanwezige fiscale boekwaarde en zal er geen fiscale afwikkeling volgen in de vorm van fiscaal afwaarderen van de complexen. Dit betekent dat het einde van de levensduur ‘doorrolt’ en bij waardering tegen contante waarde sprake is van een ‘nihil’ waardering;
  2. Voor het vastgoed dat is bestemd voor doorexploitatie en het vastgoed dat is bestemd voor verkoop is sprake van fiscale faciliteiten die het mogelijk maken dat latenties na afloop van de levensduur worden doorgeschoven naar nieuw vastgoed. In het geval dat het zeer waarschijnlijk is dat voor het betreffende vastgoed geen fiscale afwikkeling gedurende de levensduur zal plaatsvinden, wordt rekening gehouden met de fiscale afwikkeling gebaseerd op de voorgenomen wijze van realisatie na afloop van de levensduur. Dit betekent dat de contante waarde van de latentie door de zeer lange periode tot het moment van afwikkeling naar nihil tendeert;
  3. De Woningstichting heeft vrijwel al haar verhuurde bezit in Amsterdam in eigendom via een voortdurend erfpachtrecht, waarvoor de verschuldigde canons meerjarig zijn afgekocht. Zodra een afkooptermijn verstrijkt, worden de toekomstige canontermijnen opnieuw afgekocht. Sinds de invoering van de Vpb-plicht in 2008 heeft de woningstichting voor de ultimo 2025 nog in exploitatie zijnde woningen canons afgekocht voor een bedrag van € 85,2 miljoen. De woningstichting stelt dat deze betalingen in wezen vooruitbetaalde grondhuurbedragen vormen en als zodanig op enigerlei wijze ten laste van de fiscale winst kunnen worden gebracht. Om die reden worden zij gewaardeerd als een latente belastingvordering. De betalingen worden "afgeschreven" over hun resterende looptijd, waarbij de "afschrijvingen" over de jaren 2008 tot en met 2020 zijn verwerkt in het belastingjaar 2020. Voor het jaar 2025 bedraagt de "afschrijving" € 1,3 miljoen dat onder de overige bedrijfslasten van 2025 is opgenomen bij het bepalen van de fiscale jaarlast. De resterende € 69,9 miljoen vertegenwoordigt een Vpb-bedrag van nominaal € 18,0 miljoen, waarvan de contante waarde van € 11,2 miljoen als latente belastingvordering op de balans is gewaardeerd.
  4. Daarnaast vindt waardering van het fiscaal afschrijvingspotentieel plaats. Dit afschrijvingspotentieel betreft het verschil tussen de fiscale waarde en de marktwaarde die door fiscale afschrijvingen in de komende jaren wordt gerealiseerd tot maximaal de WOZ-waarde. De latente belastingvordering heeft een contante waarde van € 4,3 miljoen;
  5. Het tijdelijke verschil inzake onroerende zaken verkocht onder voorwaarden bedraagt € 9,0 miljoen. De fiscale waarde is hoger dan de boekwaarde. De daarbij behorende latente belastingvordering bedraagt € 2,3 miljoen. Gelet op het ontbreken van de beschikkingsmacht bij de Woningstichting inzake het moment van terugkoop van deze woningen is dit tijdelijke verschil niet in de balans gewaardeerd;
  6. Het tijdelijke verschil inzake projectontwikkeling wordt veroorzaakt door een afwijkende grondwaarde bij sloop-/ nieuwbouwprojecten. Deze grondwaarde blijft echter gehandhaafd in de fiscale balans. De geactiveerde waarde schuift vervolgens door naar de volgende exploitatie. Er vindt geen zelfstandige fiscale afwikkeling plaats. Dit betekent dat sprake is van tijdelijke verschillen die niet leiden tot een latentie. Eventuele effecten worden bij de daadwerkelijke fiscale afwikkeling verwerkt in de commerciële jaarrekening;
  7. In de balanspost ‘Onroerende en roerende zaken ten dienste van de exploitatie’ bevindt zich een waarderingsverschil van € 0,9 miljoen, waarbij de fiscale waarde hoger is dan de boekwaarde. De latentie ad € 0,2 miljoen is gewaardeerd tegen een tarief van 25,8% tarief van het waarderingsverschil;
  8. Met ingang van 1 januari 2019 is de ATAD-richtlijn van toepassing waardoor voor de bepaling van het fiscaal belastbaar bedrag de renteaftrek beperkt is. De aftrekbeperking ziet toe op het meerdere van 24,5% (tot en met 2024: 20%) van de fiscale EBITDA met een ondergrens van € 1 miljoen (ATAD-norm). Indien in toekomstige jaren de rente daalt onder de hiervoor genoemde ATAD-norm is de eerder niet in aftrek genomen rente alsnog aftrekbaar. Hierdoor ontstaat een tijdelijk verschil. Gelet op de beperking van de renteaftrek vanaf 2022 en de begrote ontwikkeling van de fiscale EBITDA valt geen verrekening van dit bedrag meer te verwachten. Er is daarom geen actieve belastinglatentie opgenomen;
  9. Het tijdelijke verschil inzake de lening portefeuille bedraagt € 3,4 miljoen. De daarbij behorende latente belastingvordering bedraagt € 0,8 miljoen. De afwikkeling van deze post loopt via de rentelasten en zal als gevolg van de ATAD-wetgeving nimmer tot enig voordeel leiden. Het tijdelijke verschil wordt daarom niet (langer) in de balans gewaardeerd;
  10. Het tijdelijke waarderingsverschil inzake derivaten loopt af via de rentelasten en zal als gevolg van de ATAD-wetgeving nimmer tot enig voordeel leiden. Het tijdelijke verschil wordt daarom niet (langer) in de balans gewaardeerd;
  11. Met de introductie van de Wet minimumbelasting 2024 in Nederland per 31 december 2023 is beoogd dat multinationals
    en binnenlandse groepen met een omzet van € 750 miljoen of meer, vanaf 2024 minimaal effectief 15% aan winstbelasting betalen over hun wereldwinst. De Wet minimumbelasting 2024 is van toepassing wanneer de omzet in de geconsolideerde jaarrekening in minimaal 2 van de 4 voorafgaande jaren de grens van € 750 miljoen overtreft. Hoewel er op dit moment nog onduidelijkheid is over het antwoord op de vraag of ongerealiseerde waardeveranderingen van een vastgoedportefeuille als omzet moeten worden meegeteld, is Eigen Haard daar vooralsnog vanuit gegaan;
  12. Op basis van deze aanname valt de Woningstichting in 2024 onder de werking van de Wet minimumbelasting 2024. De Woningstichting is een binnenlandse groep zonder activiteiten in het buitenland en valt daarmee onder de transitieregel op basis waarvan in ieder geval in de eerste vijf jaren geen binnenlandse bijheffing verschuldigd zal zijn. De Woningstichting onderzoekt op dit moment de precieze compliance gevolgen die hiermee gepaard gaan.

9.5.8 Overige effecten

  2025 2024
Stand per 1 januari  15.852   16.588 
     
Terugneming kortlopend deel voorgaand boekjaar  1.200   - 
Investeringen  3.196   403 
Desinvesteringen  -2.968   - 
Waardemutaties  48   61 
Subtotaal  17.328   17.052 
     
Kortlopend deel van de effecten per ultimo boekjaar  -4.888   -1.200 
     
Stand per 31 december  12.440   15.852 
De post overige effecten betreft beurs- en niet beursgenoteerde effecten die bestemd zijn om duurzaam te worden aangehouden. De marktwaarde van de ter beurze en niet ter beurze genoteerde effecten, die tegen verkrijgingsprijs dan wel lagere marktwaarde worden gewaardeerd, bedraagt per 31 december 2025 € 17,9 miljoen (2024: € 17,6 miljoen). Hiervan is € 4,9 miljoen kortlopend (2024: € 1,2 miljoen).

9.5.9 Overige vorderingen

  31-12-2025 31-12-2024
Inleg Starters Renteregeling (SRR)  330   338 
Vordering New Property Holding B.V. (NPH)  3.047   2.856 
     
   3.377   3.194 
  SRR NPH Totaal
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  338   11.375   11.713 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen  -   -8.519   -8.519 
Stand per 1 januari  338   2.856   3.194 
       
Ontvangen aflossingen  -8   -   -8 
Mutatie voorziening  -   191   191 
       
Cumulatieve verkrijgings- of vervaardigingsprijs  330   11.375   11.705 
Cumulatieve waardeveranderingen en afschrijvingen  -   -8.328   -8.328 
Stand per 31 december  330   3.047   3.377 

De Starters Renteregeling (SRR) is alleen van toepassing op koopwoningen. De SRR is een verkoop bevorderende maatregel, waarbij de korting voor de koper niet eenmalig via het object wordt gerealiseerd, maar tot uiting komt in een lagere maandelijkse woonlast. Een percentage van de koopsom (doorgaans circa 10%) wordt gestort in een speciaal daarvoor opgericht coöperatie (waar de Woningstichting lid van is), om via de coöperatie een korting op de hypotheek van de koper te financieren. De regeling kent geen terugkoopplicht.

De Woningstichting heeft een vordering op New Property Holding B.V. van € 11,4. In de voorgaande jaren is er € 8,5 miljoen voorzien op de oorspronkelijke vordering. In het boekjaar 2025 heeft de jaarlijkse analyse plaatsgevonden op de waardering van de vordering. Hierbij is een netto contante waarde berekening gemaakt. Uit de analyse is gebleken dat de waardering van de vordering moet worden bijgesteld als gevolg van de verkorte disconteringsperiode. De voorziening op de vordering is met € 0,2 miljoen verlaagd naar een bedrag van € 8,3 miljoen. Het aflossingsschema is gebaseerd op de liquiditeitsprognose. Er wordt geen rente in rekening gebracht.

9.5.10 Vastgoed bestemd voor de verkoop

  2025 2024
Stand per 1 januari  7.302   5.442 
     
Overgeboekt vanuit vastgoed in exploitatie  27.654   15.688 
Overgeboekt vanuit VOV  811   729 
Overgeboekt naar vastgoed in exploitatie  -128   -520 
Verkocht in boekjaar  -22.410   -14.037 
     
Stand per 31 december  13.229   7.302 
Per 31 december 2025 staan er 60 eenheden (2024: 40) in de voorraad vastgoed bestemd voor verkoop. Daarvan zijn er 52 woningen (2024: 34), 4 bedrijfsruimte (2024: 1), 3 parkeerplaatsen (2024: 5) en 1 berging (2024: -).

9.5.11 Vastgoed in ontwikkeling bestemd voor de verkoop

  31-12-2025 31-12-2024
Kosten vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop  7.039   6.768 
     
   7.039   6.768 
Het vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop betreft het nog niet verkochte deel van de nieuwbouw koopprojecten. In het boekjaar werd ter zake van vastgoed in ontwikkeling bestemd voor verkoop een bedrag van € 0,1 miljoen (2024: € 0,1 miljoen) aan bouwrente geactiveerd met een rentevoet van 4,5% (2024: 4,5%).

9.5.12 Overige voorraden

  31-12-2025 31-12-2024
Kosten grond en ontwikkelposities  26.305   26.305 
Bijzondere waardeverminderingen grond- en ontwikkelposities  -10.975   -12.475 
Onderhoudsmaterialen  1.255   969 
     
   16.585   14.799 

De post grond- en ontwikkelposities betreft de grondlocaties ten behoeve van (toekomstige) ontwikkelingsprojecten die nog niet in realisatie zijn genomen. Deze gronden zijn gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs dan wel de lagere opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is gebaseerd op de extern dan wel intern uitgevoerde toetsing van de waardering van gronden ultimo boekjaar. Deze interne toetsing is gebaseerd op de kennis van de lokale markt en ontwikkelmogelijkheden (waaronder bestemmingswijzigingen).

Twee grondposities zijn gewaardeerd tegen lagere opbrengstwaarde:

  2025 2024
Kostprijs  25.575   25.575 
Lagere opbrengstwaarde  14.600   13.100 
     
Bijzondere waardevermindering grond- en ontwikkelposities  10.975   12.475 
Van de overige grondposities overstijgt de opbrengstwaarde de verkrijgingsprijs waardoor deze grondposities zijn gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs.

9.5.13 Huurdebiteuren

  31-12-2025 31-12-2024
Huurdebiteuren  4.399   4.275 
Af: Voorziening dubieuze debiteuren  -1.870   -1.743 
     
   2.529   2.532 
In de vorderingen huurdebiteuren is een bedrag ad € 4 duizend (2024: € 8 duizend) met een resterende looptijd langer dan 1 jaar. Dit betreft bijzondere betalingsafspraken met huurders.

9.5.14 Overheid

  31-12-2025 31-12-2024
Gemeente Aalsmeer  -   12 
Gemeente Amstelveen  35   4 
Gemeente Amsterdam  821   1.900 
Gemeente Uithoorn  1   14 
Gemeente Landsmeer  -   8 
Gemeente Zaanstad  -   3 
Rijksdienst van Ondernemend Nederland  418   418 
   1.275   2.359 
Het saldo vorderingen overheid heeft een resterende looptijd korter dan één jaar.

9.5.15 Vorderingen op maatschappijen waarin wordt deelgenomen

  31-12-2025 31-12-2024
Vorderingen op participant Ontwikkelgroep Saendelft C.V.  5   5 
     
   5   5 

9.5.16 Latente belastingvorderingen

  31-12-2025 31-12-2024
Latente belastingvordering(en)  557   800 
     
   557   800 

9.5.17 Overige vorderingen

  31-12-2025 31-12-2024
Vorderingen op overige debiteuren  528   442 
Vorderingen op vertrokken huurders  159   205 
Andere vorderingen  383   1.365 
     
   1.070   2.012 
NAME?

9.5.18 Overlopende activa

  31-12-2025 31-12-2024
Vooruitbetaalde erfpacht  449   465 
Rente  225   221 
Vooruitbetaalde kosten  2.126   2.961 
Nog te ontvangen bedragen  762   463 
Fondsen  408   251 
     
   3.970   4.361 

Alle vorderingen hebben een looptijd van korter dan 1 jaar. Voor een toelichting op de post "Fondsen" wordt verwezen naar paragraaf 9.5.30.

9.5.19 Liquide middelen

  31-12-2025 31-12-2024
Vrij opneembare banktegoeden  37.508   37.577 
     
   37.508   37.577 
Het bedrag aan liquide middelen staat volledig vrij ter beschikking (2024: idem).

9.5.20 Groepsvermogen

Eigen vermogen

Voor een toelichting op het eigen vermogen wordt verwezen naar de toelichting behorende tot de enkelvoudige jaarrekening.

Mutatieoverzicht van het eigen vermogen van de rechtspersoon als onderdeel van het groepsvermogen:

  2025 2024
Eigen vermogen van de toegelaten instelling als onderdeel van het groepsvermogen per 1 januari  12.511.651   10.890.775 
Geconsolideerd nettoresultaat na belastingen toekomend aan de toegelaten instelling  423.390   1.620.876 
     
Eigen vermogen van de toegelaten instelling als onderdeel van het groepsvermogen per 31 december  12.935.041   12.511.651 

9.5.21 Voorziening voor onrendabele investeringen en herstructureringen

Het verloop van de voorziening onrendabele investeringen en herstructureringen is als volgt:
  Toekomstige investeringen in bestaande complexen Toekomstige investeringen in nieuwbouw projecten 2025 2024
Stand per 1 januari  1.265   18.232   19.497   22.448 
         
Dotaties  73.500   37.770   111.270   134.611 
Onttrekkingen/vrijval  -1.934   -12.529   -14.463   -20.706 
Mutatie voorziening naar onroerende zaken in ontwikkeling  -53.549   -35.926   -89.475   -116.856 
         
Stand per 31 december  19.282   7.547   26.829   19.497 

9.5.22 Latente belastingverplichtingen

  2025 2024
Stand per 1 januari  8.256   - 
Dotatie ten laste van het resultaat  -   8.256 
Vrijval ten gunste van het resultaat  -8.256   - 
     
Stand per 31 december  -   8.256 
Fiscale onderhoudsreserve

De Woningstichting heeft voor de belastingjaren 2017 tot en met 2019 een afspraak gemaakt met de Belastingdienst over het opnemen en volgen van een fiscale onderhoudsreserve op de fiscale balans. De Belastingdienst meent dat het vormen van een dergelijke reserve niet meer mogelijk is. Er is op dit moment een positieve uitspraak in eerste aanleg, maar nog geen definitief oordeel van de hoogste rechter. De Woningstichting heeft in overleg met de Belastingdienst een afspraak gemaakt voor de jaren van 2020 tot en met 2025.

Op basis van deze afspraak bedraagt de voorziening groot onderhoud ultimo 2024 € 32,0 miljoen en ultimo 2025 nihil. De latente belastingverplichting bedraagt per 31 december 2025 derhalve nihil.

9.5.23 Overige voorzieningen

  Jubileum
voorziening
Loopbaan
voorziening
2025 2024
Stand per 1 januari  666   1.522   2.188   2.637 
         
Toevoeging ten laste van het resultaat  106   408   514   519 
Vrijval ten gunste van het resultaat  -   -140   -140   -672 
Onttrekking  -64   -197   -261   -296 
         
Stand per 31 december  708   1.593   2.301   2.188 

De overige voorzieningen hebben voornamelijk een looptijd korter dan 5 jaar, behoudens de voorziening jubilarissen. Het deel van de overige voorzieningen met een looptijd korter dan een jaar bedraagt circa € 0,3 miljoen (2024: circa € 0,4 miljoen).

Jubileumvoorziening

De jubileumvoorziening betreft een voorziening voor toekomstige jubileumuitkeringen. De voorziening betreft het geschatte bedrag van de in de toekomst uit te keren jubileumuitkeringen. De berekening is gebaseerd op gedane toezeggingen, datum in dienst, blijfkansen en leeftijden. Bij de bepaling van de voorziening zijn de volgende belangrijkste actuariële grondslagen gehanteerd:

  • Disconteringsvoeten: gebaseerd op de rente voor 10 jaar voor de Nederlandse staat (2,91% op 31 december 2025);
  • Overlevingskansen: Prognosetafel 2024 met correctie voor langleven op basis van inkomensklasse;
  • Uitstroom: de kans dat een werknemer vroegtijdig uitdienst gaat, gebaseerd op actuele en verwachte uitstroom (10,6%).
Loopbaanvoorziening

De voorziening loopbaanbudget wordt opgenomen voor verwachte lasten voor opleidingen gedurende het dienstverband voortkomend uit de cao-bepalingen.

Langlopende schulden

  Waarvan looptijd 1-5 jaar Waarvan looptijd > 5 jaar Totaal
Schulden aan banken  449.863   1.989.560   2.439.423 
Verplichtingen uit hoofde onroerende zaken verkocht onder voorwaarden  6.614   11.935   18.549 
Overige schulden  7.647   44.302   51.949 
   464.124   2.045.797   2.509.921 

9.5.24 Schulden aan banken

  2025 2024
Stand per 1 januari  2.343.273   2.160.305 
     
Nieuw opgenomen leningen  235.000   275.000 
Afsluitprovisies  -41   -57 
Amortisatie provisiekosten  86   75 
Agio leningruil Vestia  -657   -653 
Amortisatie agio leningruil Vestia  -19   -18 
Amortisatie embedded derivaat  156   156 
Aflossingen  -69.178   -91.535 
Subtotaal  2.508.620   2.343.273 
     
Af: kortlopend deel van de langlopende schulden Agio Vestia  -660   -657 
Af: kortlopend deel van de langlopende schulden aan banken  -68.537   -65.444 
     
Stand per 31 december  2.439.423   2.277.172 

Het gemiddelde rentepercentage van de leningenportefeuille, inclusief het effect van rente-instrumenten, bedraagt 2,39% (2024: 2,42%).

Zekerheden

De door de Woningstichting aangegane leningen zijn aangewend ter financiering van vastgoed in exploitatie en ontwikkeling, als ook voor eigen exploitatie. Het totaal van de door het Waarborgfonds Sociale Woningbouw geborgde leningen bedraagt € 2,35 miljard (2024: € 2,18 miljard). Aan het WSW is hiervoor zekerheid verstrekt door middel van een volmacht voor een bedrag ad € 5,63 miljard. De woningstichting kan het onderliggend vastgoed in exploitatie in de DAEB tak niet zonder toestemming bezwaren, vervreemden of teniet te doen gaan.

Naast WSW geborgde leningen zijn er nog 8 leningen (in totaal € 9,8 miljoen) welke een 100% garantie kennen van de gemeente Aalsmeer. De Woningstichting heeft twee ongeborgde lening afgesloten met een schuld van in totaal € 124,3 miljoen.

Samenstelling leningportefeuille

De leningportefeuille overheid en banken bestaat uit de volgende soorten leningen:
  31-12-2025 31-12-2024
Vastrentende leningen  2.187.369   2.014.132 
Variabel rentende leningen  34.000   34.000 
Extended lening  30.000   30.000 
Basisrenteleningen  257.251   265.141 
     
   2.508.620   2.343.273 

De rente van de vastrentende leningen is voor de gehele looptijd gefixeerd, dan wel tot het renteherzieningsmoment. Het risico van deze leningen betreft:

  • Het moment van renteherziening, indien deze hoger dan wel lager is dan de oude contractrente;
  • De herfinanciering van de tussentijdse en eindaflossingen van de lening in een nieuwe lening, met een hogere
    dan wel lagere rente.

De rente van de variabel rentende leningen (zogeheten roll-over leningen) is gebaseerd op 3-maands of 6-maands Euribor. De rente van de roll-over leningen is opgebouwd uit het Euribor percentage en een liquiditeitsopslag die varieert van 3 tot 62 basispunten. Het renterisico van de roll-over leningen is afgedekt.

De extended lening betreft een vastrentende lening tot het herzieningsmoment. Op het herzieningsmoment heeft de bank een optie om de lening te verlengen tegen een in de leningsovereenkomst opgenomen rentepercentage. Het risico van deze lening betreft:

  • Het moment van renteherziening, voortzetting van de lening indien de contractuele rente hoger danwel lager is dan de actuele rente voor een vergelijkbare lening;
  • Het herfinancieringsrisico van de eindaflossing van de lening in een nieuwe lening met een hogere of lagere rente.

In het kader van de RJ290 Financiële instrumenten, is één embedded derivaat in de vorm van een optie afgescheiden van het basiscontract van de extended lening. Het betreft een optie (callable swap) ter grootte van 30 miljoen, die onderdeel uitmaakt van de extended lening met een looptijd tot 2059. De geldgever heeft of de optie om in het jaar 2038 de lening van 30 miljoen te verlengen tegen een vooraf overeengekomen percentage, of de lening vervroegd te laten aflossen.

De basisrenteleningen hebben een rentetarief dat bestaat uit twee componenten, zijnde een basisrente en een liquiditeitsopslag. De basisrente geldt voor de volledige looptijd van de leningen. De liquiditeitsopslag geldt voor de overeengekomen periode, waarbij de eerste minimale looptijd 5 jaar bedraagt. Na 5 jaar dient een nieuwe liquiditeitsopslag met de bank overgekomen te worden. De liquiditeitsopslag van de huidige basisrenteleningen bedraagt tussen de 15 en de 48 basispunten. Voor een overzicht van renteherzieningsmomenten van de leningen wordt verwezen naar de risicoparagraaf 'Renterisico' van de toelichting 'Financiële Instrumenten'.

Kredietfaciliteit

Naast het gebruik van leningen maakt de woningstichting gebruik van kredietfaciliteiten bij de BNG Bank N.V. en ING Bank N.V. De kredietfaciliteit in rekening-courant bij de BNG Bank N.V. bedraagt per 31 december 2025 € 50 miljoen (2024: € 50 miljoen), en de rente Euribor (1 maands) plus 1,40%. De kredietfaciliteit in rekening courant bij de ING N.V. bedraagt per 31 december 2025 € 45 miljoen (2024: € 45 miljoen), en de rente Euribor (1 maands) plus 1,25%. Naast de kredietfaciliteit bij de ING Bank N.V. is ook een garantiefaciliteit overeengekomen tot een bedrag van € 4,5 miljoen waarvoor de Woningstichting bankgaranties kan uitgeven aan derden.

Rentelasten

De rentelasten over de financiële instrumenten bestaan uit de rente op afgesloten leningen en op afgesloten rentederivaten. Over het boekjaar 2025 bedroeg de rentelast inzake de renteswaps € 0,38 miljoen (2024: € 0,27 miljoen). Gecombineerd met de rentelast over de leningportefeuille van € 59,7 miljoen (2024: € 56,5 miljoen) bedraagt de effectieve vermogenskostenvoet 2,39% (2024: 2,42%) over de gehele portefeuille.

Looptijd

De gewogen gemiddelde looptijd van de leningportefeuille bedraagt ultimo 2025 21,0 jaar (2024: 22,6 jaar).

Rentederivaten
De Woningstichting heeft door het afsluiten van een rente-instrumenten renterisico's afgedekt. Dit betreft één renteswaps ('plain vanilla') met een totale nominale waarde van € 10 miljoen met een looptijd tot 03-09-2035. Hierbij betaalt de Woningstichting een vaste rente en ontvangt een variabele rente gebaseerd op Euribor. Ultimo boekjaar heeft de Woningstichting de volgende (payer) renteswaps:
Hoofdsom Rente vast Rente variabel Startdatum Einddatum Hedge relatie Marktwaarde 31-12-2025
 10.000   4,000  6M Euribor 01-09-2010 03-09-2035 Ja  -1.061 

De renteswap betreft een plain vanilla interest rate swap waarbij de Woningstichting een vaste rente betaalt en een variabele rente gebaseerd op Euribor ontvangt. Er is sprake van een effectieve afdekking (hedge) van het renterisico verbonden aan de variabele lening door het gebruik van de renteswap.

Indien de variabele rente per 31 december 2025 met 1% zou stijgen waarbij alle andere variabelen constant blijven zal de rentelast verbonden aan de variabele leningen met € 0,34 miljoen stijgen. Echter ter compensatie zal de te ontvangen rente uit het renteswap contract, die verbonden één van de drie variabele leningen, met € 0,1 miljoen stijgen.

9.5.25 Verplichtingen uit hoofde van onroerende zaken verkocht onder voorwaarden

  2025 2024
Stand per 1 januari  21.952   31.125 
     
Vermindering als gevolg van terugkoop  -1.042   -1.540 
Vermindering als gevolg van verjaring terugkoopverplichting  -1.797   -9.044 
Vermindering als gevolg van vervallen verplichtingen  -992   -958 
Terugkoopverplichting ontstaan bij overdracht  -   1.114 
Waardemutatie terugkoopverplichting  428   1.255 
     
Stand per 31 december  18.549   21.952 

De Woningstichting heeft ultimo 2025 uit hoofde van de regeling Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) een terugkoopverplichting inzake 69 woningen (2024: 84 woningen). Deze regeling is ontstaan om het voor starters en mensen met een laag inkomen mogelijk te maken om een woning te kopen. Bij verkoop onder voorwaarden geeft de Woningstichting een korting op de waarde in het economisch verkeer (WEV). Deze korting kan variëren, maar bedraagt over het algemeen maximaal 30% van de WEV. Bij verkoop is de koper verplicht de woning te verkopen aan de Woningstichting, de zogenaamde terugkoopverplichting. Bij aankoop wordt in de koopovereenkomst een verdeling van de eventuele winst en/of verlies tussen koper en verkoper vastgelegd.

9.5.26 Overige schulden

  31-12-2025 31-12-2024
Waarborgsommen  19.066   18.504 
Derivaten  5.309   11.190 
Vooruitontvangen huren  2.749   2.859 
Leningen VvE verduurzaming  24.825   23.165 
     
   51.949   55.718 
Waarborgsommen
  31-12-2025 31-12-2024
Waarborgsommen woningen en bedrijfsruimtes  17.992   17.555 
Rente waarborgsommen  1.074   949 
     
   19.066   18.504 

De waarborgsommen betreffen onder andere de uit hoofde van de huurovereenkomst van huurders ontvangen bedragen. Deze dienen als eerste zekerheid voor de voldoening van het bedrag, dat bij de beëindiging van de huurovereenkomst door de huurder eventueel verschuldigd is voor mutatiekosten, veranderingen/verbouwingen en achterstallige huur. De waarborgsom inclusief rente wordt bij de beëindiging van de huurovereenkomst verrekend.

Derivaten
  2025 2024
Stand per 1 januari  11.190   10.053 
     
Waardemutatie verslagjaar  -5.725   1.293 
Amortisatie embedded derivaat  -156   -156 
     
Stand per 31 december  5.309   11.190 

De Woningstichting heeft een lening ter grootte van € 30 miljoen met een zogeheten af te scheiden embedded derivaat. Het afscheiden hiervan heeft reeds in 2014 plaatsgevonden. Het betreft hierbij enerzijds een optie in de lening waarbij de geldgever eenmalig het recht, maar niet de plicht heeft, om de lening per 15 juli 2038 vervroegd aflosbaar te stellen. Anderzijds is er de embedded interest swap die besloten is in het verlengen van de lening met een vast percentage.

Vooruitontvangen huren
  2025 2024
Stand per 1 januari  2.859   2.969 
     
Vrijval in boekjaar  -110   -110 
     
Stand per 31 december  2.749   2.859 
De woningstichting heeft in 2011 € 4,4 miljoen vooruit ontvangen van de Gemeente Ouder Amstel in verband met de huur van de Jan Hekmanschool. De looptijd van het huurcontract bedraagt 40 jaar en derhalve valt jaarlijks € 0,1 miljoen vrij van de vooruitontvangen huur.
Leningen VvE verduurzaming
  2025 2024
Stand per 1 januari  24.309   16.820 
     
Aandeel in aangetrokken verduurzamingsleningen VvE  3.392   8.830 
Betaalde aflossingen aan VvE's  -1.222   -1.155 
Vrijval als gevolg van verkoop woningen  -330   -186 
Subtotaal  26.149   24.309 
     
Af: Kortlopende aflossingsverplichting  -1.324   -1.144 
Stand per 31 december  24.825   23.165 

9.5.27 Schulden aan overheid

  31-12-2025 31-12-2024
Gemeente Aalsmeer  69   1 
Gemeente Amsterdam  948   138 
Gemeente Ouder-Amstel  -   159 
Gemeente Uithoorn  6   4 
Gemeente Zaanstad  238   - 
Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed  49   49 
   1.310   351 
Het saldo schulden aan overheid heeft een resterende looptijd korter dan één jaar.

9.5.28 Schulden aan banken

  31-12-2025 31-12-2024
Kortlopend deel van de langlopende schulden aan banken  68.537   65.444 
Kortlopend deel van de langlopende schulden Agio Vestia  660   657 
Rekening courant faciliteit bank  11.893   - 
     
   81.090   66.101 
Rekening Courant faciliteit bank

De Woningstichting en haar deelnemingen hebben voor het beheer van hun liquide middelen rekening courant faciliteiten met bijbehorende kredietvoorwaarden bij de huisbanken BNG Bank N.V. en ING Bank N.V.. Hiervan is ultimo 2025 € 11,9 miljoen benut (2024: € 0,0 miljoen).

  Debet rente Credit rente
Bank Nederlandse Gemeenten (€ 50 miljoen) 1M Euribor + 150 bp -25bp > € 2,5 miljoen
ING Bank (€ 45 miljoen) 1M Euribor + 135 bp  

9.5.29 Schulden ter zake van belastingen, premies van sociale verzekeringen en pensioenen

  31-12-2025 31-12-2024
Omzetbelasting  21.723   17.122 
Loonheffing  3   2.596 
Vennootschapsbelasting  3.839   1.854 
Pensioenen  1   560 
     
   25.566   22.132 

9.5.30 Overlopende passiva

  31-12-2025 31-12-2024
Te betalen rente op leningen  25.908   24.134 
Vooruitontvangen huren  12.345   11.378 
Vooruitontvangen subsidies  1.865   1.116 
Nog te betalen bouwfacturen  2.985   5.412 
Nog te betalen kosten  15.929   15.065 
Fondsen  255   - 
Af te rekenen leveringen en diensten  -   4.695 
OZB, rioolbelastingen en polderlasten  154   209 
     
   59.441   62.009 

Fondsen

Betreft posten met een specifiek bestemmingskarakter, waarvan de kosten niet aan individuele huurders toewijsbaar zijn. Om vorenstaande reden vindt er geen jaarlijkse afrekening met de huurders plaats.

  Ontstoppen leidingen/ riool Verlichting/ lampvervanging Glasbreuk Ventilatie kanalen Schoonhouden goten Schoorsteen vegen Totaal
Stand per 1 januari 2024  48   579   -30   88   75   -   760 
               
Dotaties verslagjaar  558   101   468   83   1   2   1.213 
Onttrekkingen verslagjaar  -710   -680   -585   -171   -76   -2   -2.224 
               
Stand per 31 december 2024  -104   -   -147   -   -   -   -251 
               
Dotaties verslagjaar  590   -   316   -   -   -   906 
Onttrekkingen verslagjaar  -231   -   -577   -   -   -   -808 
Stand per 31 december 2025  255   -   -408   -   -   -   -153 
               
Verantwoording onder overlopende passiva  255   -   -   -   -   -   255 
Verantwoording onder overlopende activa  -   -   -408   -   -   -   -408